Alexis de Roode

Terug

"De dichter zit opgesloten in het klooster van zichzelf" - Paul Fort



//foto van de onderkant van een palmboom in Sydney, Australie; je ziet wortels in de grond en concentrische ringen in de stam//
Kloostergedachten


Dit is een persoonlijke pagina. Ik zou hem misschien op een blog moeten zetten met een pseudoniem als "Broeder Alexius", maar deze site is er nu toch. Ik ga graag af en toe naar het klooster om tot rust te komen. Hieronder vindt u wat aantekeningen die ik daar maakte, zonder literaire bedoelingen. Na een week in de stad is het klooster steevast "uitgewerkt". Deze tekstjes geven mij dan soms nog wat rust en kloostersfeer. Het zijn eigenlijk tips aan mijzelf, die ik vaak al te snel vergeet.

Stilte en verdoving
In het klooster heerst de stilte. De stilte kan angstaanjagend zijn, omdat je eigen gedachten uit steeds diepere plaatsen in jezelf gaan opklinken. In het dagelijks leven ben je deze vaak continu aan het overstemmen: voortdurend muziek aan, voortdurend communiceren met anderen, voortduren met werk bezig zijn. Dat is verdoving. Je komt gestresst uit je werk en zet hard de muziek aan, om jezelf met iets anders te vullen; nieuwe prikkels om het effect van de vorige te verdoven. Voor je het weet, ben je continu aan het stapelen. Zelfs op vakantie ga je jezelf overstelpen met prikkels. Hierdoor voel je je gevuld en gevoed, maar op een dieper niveau steeds leger. De stemmen vanuit de diepte kunnen niet meer boven de herrie uitkomen.

Minder
Hoe minder spullen en voorwerpen je in bezit hebt, hoe minder je hoeft te onderhouden, hoe minder er slijt en vergaat onder je ogen, hoe minder je je aandacht en liefde hoeft te spreiden. Daarom is het een verlossing om een paar dagen in een simpel kamertje in een klooster te zitten, met alleen een bed, een bureau en een stoel.

Tijd
In het dagelijks leven heb je vaak het gevoel dat je te weinig tijd hebt. Dat er weinig tijd is. Een remedie om je zelfbedrog aan het licht te brengen, is om 15 minuten helemaal niets te doen, juist als je het heel druk hebt. Helemaal niets, ook niet lezen, plannen, problemen overdenken. Het is bijna niet vol te houden, die 15 minuten niets doen, zo lang duurt het. Zo is 15 minuten ineens een enorme hoeveelheid tijd. En je hebt nog veel meer.

Tijd besparen
Tijd besparen is onmogelijk. De tijd verstrijkt, wat je ook doet. Daarom moet je niet proberen de tijd naar je hand te zetten. Maar je moet jezelf naar de tijd zetten. Dat doe je door de natuurlijke ritmes van het lichaam, de dag en het jaar nauwgezet te volgen.

Efficientie (I)
Efficientie die als doel heeft om alle beschikbare tijd op te vullen met activiteiten, is ziekmakend en kwaliteitsverlagend. Streven naar efficientie moet ontstaan uit liefdevolle aandacht, uit het streven om zo mooi en goed mogelijk te produceren of handelen. Efficientie die puur gericht is op de wens om tijd te sparen, uit economisch oogpunt, leidt tot uitholling en verlies van wezen in de activiteit waar je mee bezig bent.

Discipline
Discipline is natuurlijk in de eerste plaats: tijdig beginnen met een taak. Maar ook: tijdig stoppen. Sommige mensen hebben vooral moeite met beginnen. Er zijn echter ook veel mensen die moeite hebben met stoppen. Vaak gaan deze twee samen: dan gaat de "beschikbare" tijd steeds verder opschuiven en ben je altijd te laat met alles. Omdat je nog aan het uithijgen bent van de vorige taak, ben je weer te laat met de volgende.

Efficientie (II)
Het is van het grootste belang niet al je tijd te vullen met activiteiten en sociaal leven, maar een deel van je tijd leeg te houden.

Uitstellen
Door handelingen uit te stellen, verlies je je autonomie. Als je ze namelijk zo lang uitstelt tot je ze wel moét doen, verricht je deze handelingen niet meer omdat je wil, maar omdat je moet. In feite geef je je controle op, door zaken uit te stellen. Het is een afschuivingen van verantwoordelijkheid. Op een manier die altijd mislukt. Want je neemt de verantwoordelijkheid niet, maar niemand neemt hem van je over. Zodat je uiteindelijk met jezelf moet afrekenen voor onder dwang geleverde diensten. Je wordt slaaf van jezelf, in plaats van je eigen baas te worden. Het enige verschil tussen baas en slaaf van jezelf is: beginnen zodra het kan. Een wilsbeslissing nemen.

Grip op de tijd: dag
Als je grip op de tijd wilt krijgen, geef de dag dan een skelet. Dan wordt het geen chaos. In het klooster is dit skelet ijzersterk. Thuis kun je per dag het volgende doen: na het opstaan eerst even tijd voor je geest nemen, alvorens te ontbijten. Mediteren dus of even niets doen. Altijd ontbijten aan tafel. Altijd direct even afwassen na het eten. Middageten altijd op een vaste tijd, aan tafel. Na het werk heel even tot rust komen, voor je gaat eten: een korte meditatie of even niets doen. 's Avonds altijd op een vast tijdstip naar bed. Stoppen met werken en internetten, minstens een half uur voordat je gaat slapen, ook als het werk niet af is. Vaste rustpunten geven de dag stevigheid. Aan het eind van de dag heb je niet het gevoel dat de dag een vormeloze plumpudding was, die bij het slapengaan krachteloos ineenzakt.

Grip op de tijd: week, maand, jaar
Als het lukt om de dag een skelet te geven, geef dan de week, de maand en het jaar een skelet. Elke week een moment om op te ruimen. Aan het eind van de week even terugkijken op de week, en de nieuwe week plannen. Elke week een vast moment voor natuur. Voor sport. Voor familie. Elke maand de administratie bijwerken. Jaarlijkse feestdagen niet overslaan, maar vieren. Eten met de seizoenen. De seizoenen en feesten in je huis brengen met versiering en sfeermakers.

Rust nemen en bewaren
Je moet elke dag minstens een moment van rust nemen, die je niet opvult met tv, internet of boeken. Je vult dan namelijk je hoofd met gedachten en beelden van anderen. Het gaat er juist om je eigen gedachten en gevoelens ruimte te geven, waardoor je je autonomie bewaakt. Om de rust in stand te houden moet je jezelf bij het werken niet uitknijpen als een citroen, maar af en toe halt houden en jezelf afvragen of je je niet aan het uitputten bent. Vooral als je een nachtwerker bent. Vooral als je veel op de computer werkt. De computer zuigt verschrikkelijk aan je. Het is veel moeilijker om de computer uit te zetten, dan om een pen neer te leggen, om de een of andere reden. Voor je het weet wring je jezelf volledig uit, waarmee je een feite een voorschot neemt op de volgende dag; die ben je dan kwijt door vermoeidheid. Tijdig stoppen. En tijdig beginnen. Alleen iets uitstellen als er een goede reden is én een plan. Geen dingen tegelijk doen. Niet tegelijk iets op internet doen en afwassen. Al je aandacht aan een taak tegelijk geven. Als je al deze dingen niet bewaakt is de rust in no time weg en ben je continu aan het rennen.

Computer
Bedenk, voordat je de computer aanzet, wat je ermee gaat doen. Controleer na 10 minuten of je hier inderdaad mee bezig bent. Laat je niet leiden door wat beschikbaar is, maar door wat nodig is. Gebruik het computer als een apparaat. Laat jezelf niet als een apparaat gebruiken.

Wezen
Als je regelmatig, langere tijd de tijd neemt om niets te doen, ga je jezelf weer ervaren als zijnd, in plaats van als handelend. Als wezen dus. Daardoor kun je ook weer meer het wezen van het andere dat bestaat, ervaren, in plaats van het te ervaren in termen van nut. De maatstaf van nut kijkt naar dingen en mensen als gebruiksvoorwerp, publiek, doel - of niet ter zake doend. Kijk je naar het wezen, het zijn, dan doet alles ter zake, ook al doet het niks.

Doen en zijn
Veel dingen doen niet ter zake, maar zijn ter zake.

Zijn, doen, hebben (I)
Er zijn drie modi van bestaan: Zijn. Doen. Hebben. Deze drie wisselen elkaar af en lopen door elkaar heen in het dagelijks leven. Vaak domineert een van de drie. In het moderne leven gaan doen en hebben vaak teveel overheersen. In het klooster ga je het zijn weer ervaren, doordat bezit en werk tijdelijk van je afvallen. Vakantie, rust, sport, mediteren doen dat ook in zekere mate, maar het klooster is de allerkrachtigste manier die ik tot nu toe heb ervaren. Lange trektochten met weinig bagage, zoals pelgrimstochten, komen misschien het dichtst in de buurt bij de kloosterervaring.

Zijn, doen, hebben (II)
Zijn, doen en hebben komen globaal overeen met levensfasen. Als baby ben je vooral. Later komt er doen bij, maar zijn en doen zijn nog onderling sterk verweven in het spelen. Later ga je meer Hebben en raakt doen steeds meer los van zijn. In de volwassenheid en ouderdom komt steeds meer de nadruk te liggen op hebben. De kunst is om het zijn en doen te bewaken. Een truc om hierin te slagen, is om te zorgen dat je niet te veel bezittingen hebt, vooral geen bezittingen die je niet gebruikt.

Aandacht, dans, verbinding
Hebben en Doen zijn niet slecht. Het goede Doen heeft de vorm van een dans: al je handelingen worden dan opgenomen in de kosmische beweging van alle materie, als een dans, zodat je stroming en harmonie ervaart. Het goede Hebben is de liefdevolle verbinding, die gepaard gaat met zorg en aandacht. Het goede Zijn is een Zijn met aandacht en ruimte voor beweging.

Liefde
Niet alleen Doen en Hebben, maar ook Zijn kan in het negatieve verkeren, als een van deze aspecten wordt verwaarloosd: Zijn wordt namelijk ledigheid zonder Doen, en isolement zonder Hebben. Doen wordt zelfverlies zonder Zijn, en verstrooiing zonder Hebben. Hebben wordt verstening zonder Zijn, en verwaarlozing zonder Doen. De goede, geluk schenkende versies van Zijn, Doen en Hebben hebben een ding gemeen: liefdevolle aandacht.

De Ander (I)
Er is nog iets anders dat je van het naakte Zijn kan wegvoeren: de Ander. De Ander kan je autonomie laten verdwijnen, als je je teveel openstelt voor de Ander. Voor je eigen geestelijke gezondheid is het van belang om af en toe onbereikbaar te zijn voor de ander. Om autonoom te zijn. Als het je moeilijk valt om je in het dagelijks leven af te sluiten voor je omgeving, waardoor je jezelf dreigt te verliezen in alle impulsen die op je af komen, is het noodzakelijk om je fysiek af te zonderen. Bijvoorbeeld in het klooster. Als alle omgevingsinvloeden minder worden, kom je vanzelf terug bij je eigen wezen.

De Ander (II)
De Ander kan je natuurlijk ook geestelijk voeden en steunen. De Ander kan een zegen zijn. Zodra je echter afhankelijk wordt van de Ander om jezelf op een positieve manier te kunnen ervaren, ben je in levensgevaar. De Ander kan je nooit vervulling geven, daarom zul je altijd meer blijven vragen van de Ander. Je holt jezelf uit, als je je alleen met Ander vult. Dit is een verslaving, en alle verslaving leidt tot verlies van contact met je wezen. Bovendien ga je ook de ander uithollen: je gaat zuigen.

Connectivity
In het moderne leven is de Ander steeds moeilijker buiten te sluiten: internet, mobiele telefoon, 24-uurs economie. Er is geen moment in de dag meer waarop je alleen bent en alleen je eigen stem kunt horen. Je wilt deze niet meer horen: zodra er stilte valt, zet je de radio of tv aan, of gaat contact zoeken met anderen. Dit betekent een continue verdoving. Verdoving in die zin dat je jezelf niet meer goed hoort. Door de continue connectivity - verbinding met anderen op een mechanische wijze - is er een groot gevaar dat je jezelf alleen nog beleefd door de ogen van de Ander. Daardoor wordt je steeds afhankelijker van de ander, om je bestaan bevestigd te zien. Of je ziet jezelf helemaal niet meer, zelfs niet door de ogen van de Ander, omdat al je aandacht alleen nog bij het wereldgebeuren ligt, in plaats van bij jezelf en je omgeving.

Stem (I)
In het klooster ben je van deze zaken verlost. Laat je mobiel thuis of zet hem uit, en luister hem een keer per dag af. Naarmate de binnenkomende prikkels minder worden, worden je innerlijke stemmen weer hoorbaarder, helderder en eenstemmiger.

Stem (II)
Als je deze innerlijke stemmen hebt onderdrukt met veel prikkels van buitenaf (de hele dag radio, tv, internet, mobiele telefoon), kunnen er zeer pijnlijke gedachten en gevoelens naar boven komen. Als je je ziet door je eigen ogen zul je je wrok, schuld, angst, eigenliefde, gebreken en talenten zien. Als je dit alles toelaat, door er ruimte en tijd en expressie aan te geven, krijgen de pijnlijke gevoelens ruimte om te verzachten en transformeren. Ga je ook weer diepere stemmen en oppervlakkige stemmen onderscheiden. Zul je ook merken dat er dingen op je af gaan komen. Zullen bijzondere ervaringen en ontmoetingen zich spontaan aandienen.

Intens
In het moderne leven streeft men vaak naar zoveel mogelijk verschillende ervaringen, om het leven zin te geven en intens te maken. Het gevaar hiervan is afstomping. In het klooster merk je dat juist het herhalen van handelingen ze zinvol maakt. Dat de kleinste handelingen hierdoor zinvol worden.

Zin (I)
Het is niet de handeling, waarin de zin schuilt. Zin is iets dat aan de handeling wordt toegekend. Maar dit verandert niets aan de handeling. Zinvolheid en zinloosheid zijn etiketten achteraf.

Zin (II)
Handelingen die je met liefdevolle aandacht uitvoert, zul je altijd als zinvol beleven. Handelingen die je liefdeloos uitvoert, met tegenzin, zul je als onaangenaam beleven, als zinloos.

Zin (III)
Er zijn twee betekenissen van het woord "zin". Er is de zin die je voelt bij het handelen, dat is de "zin in". En er is de zin die achteraf wordt toegekend, in een rationeel proces. Dat is de "zin van". "Zin van" en "zin in" worden vaak door elkaar gehaald. De vraag naar "zin van" is echter volkomen afhankelijk van perspectief: vanuit wie wordt de zin toegekend. Er zijn maar twee absolute perspectieven, waaraan je een absolute zin zou kunnen ontlenen. Het ene absolute perspectief is "ik". Daarmee verandert "zin van" automatisch in "zin in". Het andere absolute perspectief is God. Als je daarin gelooft, is de "zin van" verder ook een kwestie van geloven. Die zin is dan God zelf, of, zo je wilt, de Liefde, of iets anders wat je al alomvattend beschouwt. Geloof je beslist niet in God, dan is het enige betekenisvole perspectief "ik". Het enige dat dan zin kan geven aan het leven, is "zin in". Abstracte perspectieven zoals "de mensheid" of "de ander" zijn zo diffuus en zo veranderlijk, dat ze geen geschikt referentiekader vormen. Daarom heeft het humanisme geen helder antwoord op de vraag naar zin, behalve die van het ik-perspectief ("hoe voel je dat zelf?").

Buigen
Je letterlijk buigen voor iets dat groter is dan jezelf, kan bijzonder prettig zijn. Heel even hoef je niet verantwoordelijk te zijn voor jezelf en de hele wereld. Evenzo kan het erg prettig zijn om je klein te maken, in te krimpen, vooral in de geborgenheid van een ritueel of een gemeenschap. Als je je daarna weer groot maakt, voelt het ook werkelijk groot. Als je je continu groot probeert te houden, wordt je een schil om een holte. Laat je af en toe inkrimpen tot een punt. Wees niets. Een zaadje in de grond, tijdens de winter, verdwenen in kou en vocht. Wachtend op het goede moment.

Perspectief
Als je naar jezelf kijkt van buitenaf, kijk je naar jezelf zoals de hemel naar de zee kijkt: de zee kleurt mee met elke lucht die eroverheen trekt. Het water verandert echter niet. Bekijk je jezelf vanuit je wezen, dan bekijk je de zee vanuit de zee. Dan zie je iets wat tijdloos is en onverwoestbaar: een eeuwig jong kind met capaciteit tot verwondering en ongefundeerde blijdschap.

Uiterlijk
Het is belangrijk om zorgzaam te zijn voor jezelf. Verzorg je lichaam niet in de eerste plaats om indruk te maken om anderen, dat is een doodlopende weg. Verzorg je lichaam omdat het de tempel is van je geest, het kostbaarste wat je hebt. Wees liefdevol en aandachtig voor je hele lichaam, uit liefde voor je geest. Wat voor je lichaam een bad of een bodylotion is, is voor je geest ruimte en stilte. Verwaarloos je lichaam niet, als je druk met geestelijke activiteiten bezig bent. Als je lang achter de computer zit, denk dan om de zoveel tijd even aan je benen, je rug, je hoofd, je nek. Geef daar even aandacht aan. Je hoofd heeft het zwaar te verduren achter de computer.

Rust en vreugde
Ik heb nu al een paar keer gemerkt dat in het klooster na twee tot vier dagen, afhankelijk van mijn beginconditie, het water van mijn geest glad trekt, als een meer bij windstilte. De golven en rimpels gaan liggen zodat het water de lucht ineens weerspiegelt. Elke gedachte, elke prikkel die dan binnenkomt valt als een keitje in een vijver. Even zijn er kringen, rimpelingen, dan trekt het weer glad. Op dat moment, dat het water van de geest glad trekt, welt een enorme vreugde op zonder reden, een zuivere vreugde om te bestaan.

De kracht van het nu?
Misschien is deze vreugde "de kracht van het nu", waar Eckart Tolle zo hoog van opgeeft. Waar Eckart Tolle het doet voorkomen alsof dit gevoel van vreugde meteen optreedt bij een meditatie van een minuut, is het mijn ervaring dat deze staat van zijn pas is te bereiken na enkele dagen intensief onderdompelen in de kloostersfeer en meedoen aan de rituelen, dat wil zeggen de getijdengebeden. Of je het inhoudelijk eens bent met de teksten van de gebeden, doet er weinig toe, geloof ik.

Het recht op traagheid
Als een prikkel op je af komt, met name een ander die met je wil communiceren, kun je als een automaat reageren door direct terug te kaatsen. Met name als je je aangevallen voelt, is dit vaak de reactie. Bij een dergelijke reactie is echter je wezen niet betrokken. Er is geen sprake van werkelijke communicatie, maar van pingpong. Behoud jezelf het recht voor om traag te reageren, om een opmerking eerst te laten inwerken en zonder oordeel te bekijken. En dan te reageren vanuit je wezen. Daarvoor moet je wel in rust zijn, anders is dat erg moeilijk.

Beschikbaarheid (I)
Onbeperkte beschikbaarheid is een vloek van deze tijd. Wat voorhanden is, verleidt, met het gevaar dat een ding gaat bepalen wat er gebeurt, in plaats van je eigen wezen. Wat direct voorhanden is, faciliteert verslaving en ondoordachte gewoonten, en voert weg van autonomie. In vroegere tijden konden mensen veel moeilijker beschikken over ongezond/overvloedig eten, goedkope seks (er waren geen voorbehoedsmiddelen), porno, oppervlakkige/gemechaniseerde contacten, gebruiksgoederen. Er is nu veel minder of geen moeite nodig om al deze zaken in huis te halen, om je er desnoods de hele dag mee te omgeven. Maar datgene wat continu beschikbaar is, wordt goedkoop. Het stompt af, leidt tot verlies van autonomie. Als je eerst een bewuste wilsbeslissing moet maken om iets te verkrijgen, en een zekere inspanning moet leveren, wint het daardoor aan diepte.

Beschikbaarheid (II)
De ongelimiteerde beschikbaarheid van bijna alles stelt enorme eisen aan mensen. Voor je geestelijke gezondheid is het beter om niet in te gaan op veel dingen die beschikbaar zijn. Je verliest namelijk contact met je wezen. Maar er niet op ingaan vraagt voortdurend keuzes maken, discipline, of het vermogen om je af te sluiten. Dit kan een groot innerlijk conflict opleveren, en daardoor stress. Het klooster is zo heerlijk omdat 95% van de dagelijkse keuzes en verleidingen wegvalt. Geen internet, geen telefoon, geen winkels, geen vreemde mensen, geen post, et cetera.

Beschikbaarheid (III)
Ook een mens wordt kostbaarder, als hij/zij niet altijd beschikbaar is.

Kleingeestigheid (I)
Kleingeestigheid is niets anders dan opgesloten zitten in jezelf, niet groter dan jezelf kunnen denken. Dit kan opgeheven worden door drie dingen: een moraal die vertelt om vanuit een ander perspectief te handelen (1), liefde die leidt tot onvoorwaardelijke acceptatie van datgene wat anders is, zelfs als je het niet begrijpt (2), of het vermogen en de wil om je in een ander te verplaatsen, empathie (3). Elk van deze drie zaken kan werken, terwijl de andere twee niet aanwezig zijn. Maar liefde is niet goed te sturen, en empathie is afhankelijk van een wilsbeslissing en een zekere intelligentie. Beide kunnen makkelijk ondermijnd worden door kwetsuren. Daarom is het aanleren van een collectieve moraal onvermijdelijk. Een collectieve moraal zonder liefde en empathie leidt echter ook weer tot kleingeestigheid, namelijk rigide, beperkte normen. De collectieve moraal is slechts een grof vangnet, waar liefde en empathie niet toereikend zijn. Maar een cruciaal vangnet.

Kleingeestigheid (II)
Kleine kinderen zijn vaak zeer kleingeestig, in die zin dat ze erg afwijzend staan tegenover dingen die ze niet kennen, zoals mensen die er afwijkend uitzien. Ze moeten hun altruisme, moraal en vermogen om liefde te geven aangereikt krijgen door hun ouders. Als het mis gaat is dit op latere leeftijd moeilijk te veranderen, alleen door een intensief en langdurig proces, dat veel van de omgeving zal vragen en daardoor nieuwe kwetsuren veroorzaken, die leiden tot meer kleingeestigheid.

Kleingeestigheid (III)
Kleingeestigheid lokt kleingeestige tegenreacties uit, maar vraagt om grootmoedigheid. Dit is makkelijker als je je realiseert dat voor iemand die erg kleingeestig is, de wereld altijd bedreigend, angstig en beperkend is, en dat de kleingeestigheid waarschijnlijk met kwetsuren samenhangt. Voor je eigen kleingeestigheid, als je die ziet, moet je dus ook grootmoedig zijn. Probeer te bedenken waar de verwonding zit, die je kleingeestig maakte. Probeer de pijn van die verwonding niet meer te verdringen.

Kleingeestigheid (IV)
Kleingeestigheid staat dicht bij de dierlijke staat, waar niks mis mee is, ware het niet dat de moderne mens de natuurlijke omgeving en instinctieve samenhang van een kleine groep ontbeert, die het dierenrijk evenwichtig maken. Alleen in een zeer kleine natuurlijke gemeenschap kan kleingeestigheid vruchtbaar zijn, binnen een sekte of een oerwoudgemeenschap.

Bijbel en koran
In het Nieuwe Testament, de hoogste waarheid van het Christendom, staat in I Korintiers 11:2: "Een vrouw daarentegen brengt schande over haar hoofd wanneer zij blootshoofds bidt (...)." Het gaat hier over kerkbezoek. Apostel Paulus hamert er meermaals op dat vrouwen een hoofddoek om moeten, als zij naar de kerk gaan. Verderop, in I Korintiers 14, staat over kerkdiensten en vrouwen: "Het is hun niet toegestaan om het woord te nemen; zij moeten ondergeschikt blijven, zoals trouwens de wet voorschrijft." Kortom: gemeten naar moderne normen en waarden is de Bijbel geen haar beter dan de Koran. Het zijn niet de boeken, die bepalen of een godsdienst verwerpelijk is of niet. Het gaat om de interpretatie, de praktijk.

Uniform
Wat monniken en soldaten gemeen hebben: het uniform. Bij de monniken een pij, bij de soldaat een legerpak. Een uniform aandoen, betekent afstand doen van je individualiteit. Dat betekent ook afstand doen van je individuele ethiek. Als je hiervoor een hogere ethiek in de plaats stelt, kom je op het monnikenleven, dienstbaarheid aan een groter goed, plichtsbetrachting, zelfopoffering. Als je hiervoor geen hogere ethiek in de plaats stelt, blijft een dierlijke ethiek automatisch over: dat betekent machtsmisbruik, die kan uitmonden in Al Agraib, verkrachtingen en moorden door soldaten, en ideeen als "wij zijn superieur, wij hebben recht op alles". Als je geen hogere gemeenschappelijke ethiek voor de individuele ethiek in de plaats stelt, kom je uit op ontmenselijking. Het uniform kan leiden tot het grootste goed, namelijk van volmaakte samenwerking, vrede, en gedeelde waarden. Het kan ook leiden tot de smerigste ontmenselijking. Het verschil is een ethisch kader, een collectieve ethiek.

Moralisme
Na de tweede wereldoorlog is het uniform in slecht daglicht komen te staan. Net als autoriteit. Daarmee is ook collectieve ethiek in slecht daglicht komen te staan, en in de jaren zestig radicaal verworpen. Sindsdien is het "geheven vingertje", "moralisme", taboe. Een zuiver individuele ethiek is het ideaal - het collectieve ideaal ironisch genoeg. Deze tegenspraak maakt al duidelijk waar het wringt: indivuele ethiek is niet mogelijk zonder collectieve ethiek. Zonder collectieve ethiek als bron, resteert alleen dierlijke ethiek. Kinderen snakken naar een collectieve ethiek. Naar gedeelde regels. Feitelijk is de collectieve ethiek nooit echt verdwenen: de ingebakken moraal van niet stelen, niet moorden, rekening houden met anderen, is zo diep geworteld dat hij in de meeste gezinnen automatisch op kinderen wordt overgebracht. Maar deze collectieve ethiek is grotendeels onbewust en wordt bewust ontkend in de media, in de kunst, in het onderwijs, en in het bedrijfsleven ("We hebben onze eigen waarheid. We bepalen zelf wat goed en slecht is. We houden niet van het geheven vingertje. Jullie hoeven dat niet uit je hoofd te leren, als je het maar kunt opzoeken. In dit bedrijf zijn we niet zo hierarchisch.") Dit is een ziekte, een ziekte van ontkenning van wat wel degelijk aanwezig is, wat wel degelijk nodig is. Er zijn allerlei kleine tegenbewegingen die bewust een collectieve moraal dragen, zoals geloofsgroepen, humanistische groepen, filosofische groepen. Allemaal met hun eigen blinde vlekken, maar ook met geschenken voor de geest.

Landbouw
Het is in deze tijd gaan lijken of landbouw iets ouderwets is, iets hinderlijks. Niets is minder waar. Al ons voedsel, elke snack die wij eten, elk tussendoortje komt voort uit de landbouw. Ook je ontbijt van vanmorgen. Landbouw is het belangrijkste wat er is. Je lichaam zelf is een landbouwproduct. De mens staat in dit opzicht zeer dicht bij het varken.

Schaduwkant
Een mooie oefening van Anselm Grün om je eigen schaduwkanten onder ogen te zien en je ermee te verzoenen: stel jezelf voor als een ander persoon, visualiseer jezelf als iemand die tegenover je staat. Vertel die persoon (jezelf) vervolgens wat er niet aan hem of haar deugt, alles wat hem of haar stom, lelijk, afkeurenswaardig maakt. Verwissel daarna van positie en reageer op de kritiek die je jezelf hebt gegeven. Dit kun je ook toepassen als je merkt dat je onredelijk op een situatie reageert.

Chronische vermoeidheid
Ook van Anselm Grün: "Uitputting en vermoeidheid, die men maar niet kwijt kan raken, zijn meestal een teken dat sterke instincten verloochend worden." Daar kan ik uit eigen beweging bij zetten: woede, frustratie en haat die niet uitgeleefd worden (desnoods op een boomstronk), slaan naar binnen en leiden tot depressie en zelfhaat, en onvermogen om nog te handelen.

Jezelf niet verliezen in een bezigheid (I)
Als je activiteiten op het gebied van beroep of serieuze hobby hebt ondernomen waarbij je je na afloop geestelijk uitgehold voelt of gestressd, betekent het dat je te ver bent doorgegaan in die activiteiten. Dat je je niet hebt laten leiden door drang van binnenuit, maar door een trekkracht van buitenaf. Bijvoorbeeld de wens om indruk te maken op anderen, of om je wil op te leggen aan een te groot aantal anderen. Daarom is het geen goed idee om je lange tijd helemaal in een activiteit te verliezen, zonder je daarbij af en toe af te vragen of je wel voor jezelf bezig bent, zonder af en toe terug te keren in het hier en nu. De monniken lopen dit gevaar nooit, omdat ze altijd om de twee, drie uur een gebedsmoment hebben, waardoor ze zich even los moeten maken van hun activiteiten. Hiermee voorkom je zelfverlies.

Jezelf niet verliezen in een bezigheid (II)
Hiervoor is het nodig dat je je taken niet groter kiest dan je capaciteiten reiken, op elk moment. Je kunt best een veel grotere taak verrichten. Maar die moet je dan bewust in deeltaken opdelen, die duidelijk van elkaar afgescheiden zijn. Zodat je niet het gewicht van de hele, te grote taak, op je schouders draagt, maar altijd slechts het gewicht van de deeltaak.

Taken opdelen in deeltaken
Als je jezelf een grote taak stelt, haal hier dan zo snel mogelijk een kleine eerste taak uit, die je aankan. En laat de rest rustig liggen, tot je de eerste deeltaak hebt volbracht. Kies dan een volgende, wederom kleine deeltaak. En zo voort. Misschien beginnen veel mensen beginnen nooit aan hun levenswerk, omdat ze het niet in stukken willen snijden; daarvoor is de taak te heilig. Maar omdat ze hem niet in stukken snijden, kunnen ze het nooit hanteerbaar maken. En durven ze er nooit aan te beginnen. Juist het heilige, smetteloze lam moet geofferd worden. D.w.z. het heilig idee moet naar de aarde gehaald en feilbaar gemaakt worden.

Taken opdelen in deeltaken (II)
Een ander beeld. De gedroomde taak is een boom. Het idee van een boom. Nu moet dit eerst weer klein worden gemaakt. Dat betekent denk- en droomwerk. Je moet de boom in omgekeerde volgorde de grond in laten groeien, alles fases door, tot een zaadje. Dat kan je vervolgens planten. Je hoeft geen boom te planten. Je hoeft alleen een zaadje te planten. Daarna moet je dit zaadje verzorgen, en telkens iets toevoegen van jezelf. Veel mensen beginnen niet aan hun boom, omdat ze denken dat ze ineens een boom moeten neerzetten. Ze hoeven echter alleen een zaadje te planten.

De mens in elektronische eenzame opsluiting
In de meeste studentenhuizen schijnt nauwelijks nog gemeenschapsleven te zijn. Huisgenoten leven meestal los van elkaar en doen sporadisch iets samen. Men eet niet samen, iedereen zet zijn eigen magnetronmaaltijd in de eigen magnetron. Men mailt elkaar over huisaangelegenheden i.p.v. te vergaderen. Jonge mensen leven in toenemende mate in een electronische digitale isoleercel, van waaruit ze met andere mensen communiceren via de pc (msn, e-mail, cam) en mobiele telefoon (sms), amusement tot zich nemen via de gamecomputer, de tv, internet. Mensen wonen ver weg van hun familie. Rijden in hun eentje in de auto naar het werk waar ze in kamer achter een beeldscherm zitten - en bijna al hun communicatie met collega's en werkrelaties via het beeldscherm doen. Collega's in aangrenzende kamers mailen elkaar.

Levenloos en levend (I)
De techniek geeft ons de mogelijkheid om van alle levende verschijnselen levenloze versies te maken. Levenloze versie zijn makkelijker te reproduceren, goedkoper, statischer. Als je kunt kiezen tussen een levende versie van een activiteit en een levenloze, kies dan zo vaak mogelijk voor de levende. Zet geen cd op, maar ga naar een concert. Zet geen luisterboek op, maar lees elkaar voor. Zet de tv niet aan, ga naar het theater. Gebruik geen e-mail, pak de telefoon. SMS niet, maar bel. Telefoneer niet, maak een afspraak. Koop geen kleren via internet, ga de stad in. Stap niet in de auto, stap op de fiets. Koop verse groente, niet uit blik. Er is een opvallend verschil tussen de levende en de levenloze versie. De levende versie betekent bijna altijd dat je te maken krijgt met andere mensen, dat je contact met levende mensen aangaat. De levenloze versie leidt ertoe dat je dingen alleen doet.

Levenloos en levend (II)
De levenloze versie van een activiteit wordt meestal aangedreven door energie uit fossiele brandstoffen. De levende versie van een activiteit wordt aangedreven door mensen of dieren zelf, die hun energie uit voedsel halen. Alle voedsel ontstaat uit fotosynthese, in land of in zee. De energie komt dus uit zonlicht. De levenloze energie komt uit de diepte (olie, gas), de levende energie juist van bovenaf (zon). De aardoliegeest maakt alles monotoner, regelmatiger, kaler, machinaler, strakker, rechtlijniger, grootschaliger, statischer, tijdlozer, doodser. Levende energie en zonlicht maken alles gevarieerder, fractalachtiger (herhaling met variaties), krullender, dansender, meer versierd, kleinschaliger, veranderlijker, tijdgebonden, levendiger.

Levenloos en levend (III) Het kloosterleven is regelmatiger, monotoner, strakker dan het ongeordende leven erbuiten. Dus zullen mensen het als levenlozer, saaier, ervaren. Toch is de regelmaat in het klooster een levende regelmaat, en geen machinale regelmaat. Dat komt omdat er een sterke rituele en geestelijke kant aan zit, en vooral omdat die regelmaat een regelmaat is met vele variaties. Er zijn herhalingen met variaties per psalm, per dag, per week, per maand, per jaar en zelfs per twee jaar. Deze herhalingen gaan een verbinding aan met levende en kosmische ritmes als ademhaling, dag en nacht, licht en donker, terugkerende feestdagen, seizoenen. Een levende regelmaat is sterk verbonden met de omgevende wereld, machinale regelmaat is vaak geisoleerd van haar omgeving.

Geraffineerd en ongeraffineerd (I)
Als je kunt kiezen tussen een geraffineerde (geëxtraheerde, uitgeperste, geconcentreerde) versie en een ongeraffineerde versie van eten of genotsmiddelen, kies dan bij voorkeur de ongeraffineerde. Want bij het raffineren gaan bijna altijd elementen verloren, die op het eerste gezicht overbodig leken of onzichtbaar waren, maar op het tweede gezicht zeer belangrijk waren. Geraffineerde producten leiden tot snellere bevrediging, halen drempels weg, en prikkelen dus de gemakzucht en het comfort, en zijn daardoor verslavend. Coacablaadjes zijn gezond, cocaine zeer ongezond. Zilvervliesrijst is gezonder dan witte rijst. Een sinaasappel is gezonder dan alleen het sap. Volkorenmeel is gezonder dan wit meel. Doe honing in de thee, geen kristalsuiker. Eet de appel met de schil. Bij het raffineren ga je steeds verder weg van de levende structuur waar het voedings- of genotsmiddel uit kwam.

Geraffineerd en ongeraffineerd (II)
Dit is uit te breiden tot handelingen en gebruiksvoorwerpen. Een cd is geraffineerde muziek, want de muzikanten, de instrumenten, de omgeving zijn niet aanwezig wanneer de muziek klinkt. Porno is geraffineerde sex, want de liefde, de fysieke aanwezigheid van de ander, de geuren en smaken zijn er vanaf gehaald. Een tv-quiz is een geraffineerde spelletjesavond. Electrisch licht is geraffineerd vuur. Een pc is geraffineerde denkkracht. Een computergame is een geraffineerd avontuur of gevecht. Ook hier geldt dat de geraffineerde versie een zuigende werking heeft, verslavend is. En dat de gezondmakende aspecten van de ongeraffineerde versie bij de geraffineerde versie grotendeels verloren gaan.

Geraffineerd en ongeraffineerd (III)
De waarde van een voedingsmiddel of handeling zit niet alleen in de doelgerichte aspecten (voedingsstof, handeling), maar evenzeer in de bijzaken, alles wat het werkzame deel omgeeft; de andere stoffen, de andere mensen, de resterende minuten, de wachttijd, de slijtage, de dingen die niet soepel lopen, de weerstand, de minder opvallende zintuiglijke aspecten, de gebruikte voorwerpen, de complexe interactie tussen al die zaken die op het eerste gezicht bijzaak zijn.

Wensen (I)
Wat is je allerdiepste verlangen? Het is een behoorlijke drempel om deze vraag aan jezelf te stellen. Het kan je bang maken. Want stel dat je erachter komt dat je diepste verlangen helemaal niet aansluit bij je huidige levenssituatie; dat je in de verkeerde relatie zit, de verkeerde baan, de verkeerde woonomgeving ... wat dan. Ik stel me voor dat veel mensen om deze reden nooit denken over de vraag wat hun diepste verlangens zijn. Het probleem is dat ze het antwoord al bedacht hebben zonder de vraag echt te hebben gesteld. Ze laten vraag, antwoord en angst door elkaar heel lopen. Daardoor komen ze nooit aan de werkelijke vraag toe. Angsten die je confronteert, worden echter altijd een verrijking. Het antwoord kan onverwacht positief uitvallen, als je de vraag echt stelt.

Wensen (II)
De vraag echt stellen kan als volgt. Ga in meditatie, ga ergens rustig zitten in een prikkelarme ruimte, en trek je in jezelf terug. Stel jezelf open. En stel dan hardop aan jezelf de vraag: "Wat is je diepste verlangen". En ga dan niet nadenken, maar probeer alleen maar te wachten, te luisteren naar de stilte. Stel eventueel de vraag af en toe opnieuw. Tot het antwoord vanzelf in je opkomt. Het zou heel goed kunnen dat er iets in je opkomt, wat veel makkelijker te realiseren is dan je dacht. In mijn geval was het: "innerlijke rust."

Statische schoonheid en dynamische schoonheid - tegen de dichters
De schoonheidservaring van de meeste beeldende kunst is statisch: bevroren in de tijd. Bijvoorbeeld schilderijen en beelden. Dit geldt ook voor veel gedichten: die geven vaak een bevroren of tijdloos moment weer. Daartegenover staat dynmamische schoonheid, zoals in verhalende literatuur. De schoonheid in de natuur is bijna altijd dynamisch en veranderlijk. De statische schoonheidservaring is in essentie escapistisch: zij rukt je weg uit het verstrijken van de tijd, dus uit de vergankelijkheid. Statische schoonheid trekt je uit het leven naar het bovenleven - de geestelijke sferen, het elfenrijk - of naar het onderleven - de onderwereld. De dynamische schoonheidservaring is niet escapistisch, zij verzoent met het leven en de tijd. Daarom is de natuur wellicht heilzamer dan kunst, ofschoon niet per se troostrijker. Verzoening is beter dan troost. Dit komt althans ook overeen met wat psychologen ontdekten: als je verhalen schrijft naar aanleiding van je eigen problemen, kom je er sneller mee in het reine dan wanneer je er gedichten over schrijft. Dit zou een reden zijn om verhalende en didactische poezie hoger aan te slaan dan lyrische en beschrijvende poezie!